Ik zat met Quin aan onze tuintafel. We hebben een heerlijke jaren ’30 woning, waar alles, maar dan ook echt àlles scheef is, inclusief tuin.
Van m’n zus hadden we zojuist een Super Mario Toren van Pisa gekregen en die zag er hysterisch uit: een grote vuurbal bovenaan een grijze toren, Mario, Luigi, enge spoken, Yoshi (je begrijpt: Quin was niet de enige was van wie z’n hart een sprongetje maakte). En dus gingen we ‘m snel uitpakken.
Maar een Toren van Pisa spelletje aan een scheve tafel is natuurlijk gedoemd te mislukken. Dacht ik. Terwijl Quin gretig de vuurbal al op de toren aan het leggen was, zei ik: “Schattie, kom we pakken alles weer in: dan gaan we naar binnen, daar is de tafel recht en dan kunnen we écht met de Toren van Pisa spelen”. “Waarom?” Quin snapte er helemaal niets van dat je iets moois voor je hebt en dan een stukkie verderop moet zitten om er dáár mee te spelen.
“Dan blijft de toren tenminste in het begin een beetje recht staan, anders donderen die poppetjes er allemaal al af en dat is niet hoe het spel moet”.
Quin pauzeerde even en zei toen: “Maar, we kunnen er toch ook gewoon híer mee spélen? Niet hoe het moet, maar wel hoe we het willen!”.
En toen bedacht ik me: Ik zie ‘de Toren van Pisa’ als een spel waarvan ik de regels ken. Hoe je er het langste lol mee hebt. Hoe je het verst komt in het spel. Volgens de regels dus. ‘Hoe het ‘moet’.
En Quin zag gewoon… een spel: An sich! Geen regels, geen manier hoe het moet. Gewoon een awesome ding, toffe poppetjes, één of ander kasteel en een vuurbal waar je al los mee kan spelen en veel plezier uithaalt.
En dus hadden we de grootste lol! Deze keer lekker níet volgens de regels. Zo vloog de vuurbal gewoon de tuin door en Luigi en Yoshi ook. Maar voor lekker spelen maakten de regels dus geen mallemoer uit. En zo was onze scheve tuin voor even een mooie replica van Mario World.
Mijn les: houd je blik scherp gericht op het doel. In dit geval, lekker samen spelen dus. Zonder regels.