Op de een of andere manier voel ik me altijd een ‘modern-day hippie’ als ik vind dat er teveel horkerigheid is. Of masculiniteit. Op de werkvloer vinden we dat mooi:
- ‘Je moet wèl met je vuist op tafel kunnen slaan in deze functie’
- ‘Hij ging ‘m bellen en ’trok ‘m even lekker door de telefoon heen’
- Ik laat het die en die manager zeggen, want dan krijgen ‘ze een grote bek en durven ze niets te zeggen’
I just don’t get that. Ik ben juist heel vaak ervan beticht dat ik te lief ben.
Toen ik startte als eventmanager kreeg ik na een tijdje te horen dat men eigenlijk niet zoveel luisterde, omdat ze niet bang voor me waren. ‘Voor manager XX waren we bang, dan deden we het, maar niemand is bang voor je!’.
Toen ben ik het gesprek aangegaan: lieve samenwerker, ik wìl helemaal niet dat jij bang bent voor mij. Ik wil dat we ergens een gesprek over kunnen voeren, dat ik jouw ervaring meeneem en ik uiteindelijk een beslissing kan maken vanuit deze positie, want ik heb nu eenmaal die rol in deze functie. En dan doe ik wat het beste is voor het evenement en iedereen die erbij betrokken is. Bovendien vroeg ik: is dat hoe jij werken wilt? Is dat plezierig eigenlijk, werken in angst? Wat zou er kunnen gebeuren als je nou nìet werkt vanuit angst?’
Uiteindelijk kreeg ik een van de mooiste complimenten: ‘als jij me iets vraagt waar ik helemaal geen zin in heb, doe ik het graag, gewoon omdat jij het vraagt!’.
Samenwerken is de key toch om iets voor elkaar te krijgen. Fuck horkerigheid. Fuck angstcultuur. Doe lekker lief.