We hebben lang getwijfeld of we een tweede wilden. Ik had heel sterk in m’n hoofd dat ik een dochter zou krijgen. Een droom van een mini-me in onze inmiddels werkkamer. Je weet wel, een klein lief meisje, lekker slapend (want,… dat ze slapen is sowieso de droom met baby’s) in een stylish kamertje, met toch een vleugje roze en een levensgrote flamingo op de muur. Maar bij ons liep het anders.
Wat een worsteling was dat, midden in coronatijd. Het leven vergde teveel van me. Toen van de een op de andere dag een groot deel van de oppassers wegviel in verband met ‘de risicogroepen’ in combinatie voor de angst voor iedere snotneus, greep het hebben van een baby me naar de keel. Depri om van alles en nog wat, leek me de zorg voor een kleintje gewoonweg een te grote opgave. Naast oneindige liefde ook natuurlijk.
In m’n hoofd wipwapte ik me dus helemaal suf, slingerend tussen keuzes die enorme consequenties zouden hebben. Die wipwap herken je misschien zelf ook wel, ook al is het mogelijk op een ander vlak. Wipwappen is namelijk echt helemaal ok, maar als je te lang op de wipwap zit, raak je de vaste grond onder je voeten kwijt.
En dus pleurde ik uiteindelijk dan maar van die wipwap, zodat er ruimte kwam. Voor rust. Voor mezelf. En dus geen klein meisje hier in huis.
Ik besloot een ander klein meisje dan maar wat te gunnen. Het kleine meisje in mezelf, die afscheid neemt van een droom en daar op de een of andere manier eer aan wilde doen. Het kleine meisje dat gewoon heeeeel erg graag een flamingo wilde. Dus fuck it: die flamingo moest er gewoon komen.
En dus heb ik een kamertje voor mezelf, waarin ik eer doe aan de droom waar ik afscheid van heb genomen of nog steeds soms neem èn aan het kind in mezelf.
Wil je een flamingo, voor wie of wat dan ook? Verf m op de muur, hang ‘m om je nek, tatoeëren ‘m op je bil of wat dan ook. Doe je droom (en jezelf) eer aan, ook al loopt het anders dan verwacht.